Evidence based of integrale aanpak?

Een integrale benadering vind ik, naast een evidence based aanpak, van belang omdat de mens niet een eenduidig wezen is. Dat betekent dus ook een integratie of samenwerking tussen een wetenschappelijke en meer holistische visie wanneer dit nodig (b)lijkt te zijn.
Iedere cliënt is een uniek wezen en iedere behandeling moet uniek kunnen worden ingezet, passend bij de individuele mens. Een evidence based behandeling is aan te raden en zinnig, maar desalniettemin moet er naar het totaalplaatje gekeken worden.
Je kunt, wat mij betreft, niet een angststoornis, depressie of verslaving behandelen, zonder te kijken welke invloeden erop worden uitgeoefend door de directe omgeving en hoe de cliënt hiermee omgaat.
Door de cliënt zelf de regie te geven over het eigen proces en als therapeut de tools te gebruiken om de cliënt te sturen, ondersteunen, stimuleren en uitdaging, binnen een evidence-based kader, maar met flexibiliteit voor eigen invulling, wordt er een vruchtbare bodem gecreëerd voor een autonome basis. Hierop kan de cliënt zelf ontwikkelen en groeien. Door in te spelen op de eigen kracht en motivatie leert de cliënt om zelf verantwoordelijkheid te nemen en eigen keuzes te maken.
Het gaat dan om de cliënt als zelfontwikkelaar, waarbij wordt gekeken naar de mogelijkheden van de cliënt.
De therapeut is hierbij gelijk aan de cliënt op respectvolle en menswaardige wijze.

Het medium staat binnen de sessie centraal en verbeeldt bijvoorbeeld de (traumatische) belevenis of het doorwerkte waar mensen geen woorden aan kunnen geven. Doordat het medium op een heel ander niveau werkt, dan bijvoorbeeld gesprekstherapie worden er patronen en onderliggende emoties (letterlijk) zichtbaar gemaakt. Het fungeert als een spiegel voor de cliënt en geldt voor zowel negatieve als positieve aspecten. De motivatie om te veranderen, bij de cliënt, is zeer belangrijk, zonder intrinsieke motivatie zal zich geen echt blijvende verandering ontwikkelen.

Nadelen en gevaren van een holistische/ integrale zienswijze binnen vaktherapie:
 
Omdat ik inzie dat de benamingen holistisch, integraal, kunstzinnig of zelfs beeldende therapie al snel als ‘zweverig’ kunnen worden opgevat, wil ik hierbij verhelderen dat ik niet werk met spiritualiteit binnen de sessies, tenzij cliënten hier naar vragen, of hier zelf aan willen werken.
Met een integrale aanpak wil ik me juist richten op de geloofwaardigheid en authenticiteit van alle facetten van het leven.
Omdat ook vaktherapie soms met argusogen wordt bekeken, door mensen die niet goed weten wat het inhoudt is het van belang om dit te benadrukken.
Smeijsters (2001) beschrijft de holistische/spirituele werkwijze  als een valkuil, met name vanuit het begrip essentialisme. Het gevaar hierbij is dat de therapeut, op grond van het idee dat de mens een creatief wezen is, daarmee bewijst dat zijn of haar specifieke therapie altijd werkt.
Ook beweerd Smeijsters dat een holistische gedachtegang uitsluit dat er wetenschappelijk onderzoek moet worden gedaan omdat een dergelijk gedachtengoed zou bewijzen dat de activiteit altijd een positieve invloed heeft op een stoornis.
Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Toch begrijp ik zijn voorzichtigheid met deze termen heel goed, omdat dit misbruikt kan worden om alles te willen verklaren.
Anderzijds is, wat mij betreft, een te eenzijdige kijk vanuit wetenschappelijk oogpunt ook niet toereikend. Mijn inziens zou ook in dit kader een integrale aanpak gewenst zijn. Voor het in stand houden van de kwaliteit van het vak is onderzoek, onderbouwing en evidentie zeer belangrijk, met in achtneming dat de mens geen mechanisch wezen is dat op enkel wetenschappelijke wijze verklaard kan worden.
Ik ben vóór een evidence based aanpak, omdat het belangrijk is om te weten of methoden en interventies werken en wat eventuele bijwerkingen zijn van een behandeling. Daar staat tegenover dat er rekening moet worden gehouden met menselijke variabelen en dat er geen starheid ontstaat in het willen bewijzen van dingen. Mijn ervaring is dat sommige dingen die ´bewezen´ effectief zijn, niet altijd zo effectief blijken als wordt beweerd en dat interventies die niet als evidence based zijn bestempeld wel effectief lijken te zijn.
Wat ik graag aan elke benadering zou willen toevoegen is een vleugje ´common sense´, wat intuïtie en flexibiliteit.